DUTCHMAXXING

A2 tot C1

Niveau:

Lees elke dag het laatste Nederlandse nieuws van NOS.nl. Woorden worden automatisch gemarkeerd op basis van je CEFR-niveau.

Mijn Vertalingen 0
Selecteer tekst in een artikel en klik "Vertalen" om vertalingen op te slaan.

WhatsApp Berichten

Schrijf een realistisch berichtje. Bekijk daarna het modelantwoord.

Formulieren & Brieven

Vul het formulier in of schrijf een formele brief. Leer bureaucratisch Nederlands.

Reviews Schrijven

Schrijf een review over een restaurant, product of ervaring.

Werkwoorden
Verb Conjugations
hebben/zijn, patronen, scheidbaar
Vaste Voorzetsels
Fixed Prepositions
denken aan, wachten op...
Uitdrukkingen
Common Phrases
dagelijks, meningen, connectoren
Grammatica
Grammar Cheat Sheets
er, passief, woordvolgorde, spelling, de/het...
De of Het?
Article Checker
typ een woord → de of het?
Voorzetsel Zoeker
Preposition Finder
zoek welk voorzetsel bij een werkwoord hoort
Woordfamilies
Word Families
stellen, kijken, geven, leggen, doen...
1 Kies woorden
0 woorden geselecteerd
Eigen woord toevoegen:
2 Kies lay-out
3 Download

Klik op een kaart om een spiekbriefje met vaste voorzetsels te genereren.

Find a card — Zoek een kaart
De of Het?

Typ een Nederlands zelfstandig naamwoord en ontdek of het een de-woord of een het-woord is.

Vuistregels

Bijna altijd HET:

  • Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje, -etje): het hondje, het bloempje
  • Woorden op -isme: het racisme, het socialisme
  • Woorden op -ment: het moment, het experiment
  • Woorden op -sel: het raadsel, het baksel
  • Woorden op -um: het museum, het centrum
  • Infinitief als zn.: het eten, het lopen, het zwemmen
  • Talen: het Nederlands, het Frans
  • Windstreken: het noorden, het zuiden
  • Sporten/spellen: het voetbal, het tennis
  • Metalen/stoffen: het goud, het zilver

Bijna altijd DE:

  • Meervoud (altijd): de huizen, de boeken
  • Woorden op -ie: de politie, de energie
  • Woorden op -ij: de bakkerij, de slagerij
  • Woorden op -heid / -teit: de vrijheid, de universiteit
  • Woorden op -ing: de woning, de vergadering
  • Woorden op -tie / -sie: de situatie, de discussie
  • Woorden op -schap: de wetenschap, de vriendschap
  • Woorden op -te: de hoogte, de lengte
  • Personen (beroepen): de leraar, de dokter
  • Bomen/planten/bloemen: de eik, de roos, de tulp
  • Bergen/rivieren: de Alpen, de Rijn
Twijfel? Het is waarschijnlijk de — ongeveer 2/3 van alle Nederlandse zelfstandige naamwoorden is een de-woord!
Voorzetsel Zoeker

Zoek een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord om te zien welk voorzetsel erbij hoort. Ook met waar + voorzetsel en voorzetsel + wie.

Waar + Voorzetsel (dingen)

Gebruik waar + voorzetsel als je naar een ding/zaak verwijst in een vraag of relatieve bijzin.

VormVoorzetselVoorbeeld (vraag)Voorbeeld (relatieve bijzin)
waarininWaarin geloof je?Het huis waarin ik woon
waaropopWaarop wacht je?De stoel waarop je zit
waarmeemetWaarmee ben je bezig?De pen waarmee ik schrijf
waarvanvanWaarvan droom je?Het boek waarvan ik hou
waaroveroverWaarover praat je?Het onderwerp waarover we praten
waarvoorvoorWaarvoor ben je bang?Het doel waarvoor ik werk
waaraanaanWaaraan denk je?De tafel waaraan we zitten
waarnaarnaarWaarnaar kijk je?De film waarnaar ik kijk
waaruituitWaaruit bestaat het?Het glas waaruit ik drink
waartegentegenWaartegen vecht je?Het beleid waartegen ze protesteren
waartoetotWaartoe leidt dit?De groep waartoe hij behoort
waarbijbijWaarbij hoort dit?De club waarbij ik zit
waaromomWaarom lach je?De reden waarom ik lach
Let op: "met" wordt mee → waarmee (niet "waarmet")
"tot" wordt toe → waartoe (niet "waartot")
Voorzetsel + Wie (personen)

Gebruik voorzetsel + wie als je naar een persoon verwijst in een vraag of relatieve bijzin.

VormVoorbeeld (vraag)Voorbeeld (relatieve bijzin)
met wieMet wie praat je?De man met wie ik praat
op wieOp wie wacht je?De vriend op wie ik wacht
van wieVan wie hou je?De vrouw van wie ik hou
voor wieVoor wie werk je?De baas voor wie ik werk
over wieOver wie praat je?De schrijver over wie we praten
aan wieAan wie denk je?De collega aan wie ik het vroeg
naar wieNaar wie luister je?De docent naar wie ik luister
bij wieBij wie logeer je?De vriend bij wie ik logeer
tegen wieTegen wie zei je dat?De persoon tegen wie ik het zei
om wieOm wie geef je?De mensen om wie ik geef
Nooit "waar + voorzetsel" voor personen!
De man waarmee ik praat → De man met wie ik praat
De vrouw waarop ik wacht → De vrouw op wie ik wacht
Kies een woordfamilie hierboven om de boom te zien.

Laden...

Laden...

Video's afkomstig van Ad Appel taaltrainingen

Vertaling

LEVEL UP!

Je bent nu level 2!